Het drama van de brekende tak

Hij is de benjamin van componerend Nederland en razendpopulair. In korte tijd schreef Michel van der Aa (1970) stukken voor de Volharding, het Ives Ensemble, Slagwerkgroep Den Haag, het Radio Kamer Orkest en het Schönberg Ensemble; voor de opera Writing to Vermeer van Louis Andriessen maakte hij elektronische tussenspelen. Tussen de opdrachten die op hem liggen te wachten bevindt zich de uitnodiging van de Nederlandse Opera voor een grote opera in 2006. Ook in het buitenland is Van der Aa niet onopgemerkt gebleven. Nog voor hij in Nederland bekendheid kreeg had hij al partituren geschreven voor orkesten in Londen, Albany, Norköpping en Tokyo. Op het gerenommeerde muziekfestival van Donaueschingen werd Michel van der Aa zelfs neergezet als de hoop in bange dagen: eindelijk iemand die ‘de juiste vragen stelt’. Zijn compositie Here [to be found] werd door de pers ‘a true blessing’ genoemd. En zo keerde hij met de opdracht voor een nieuw orkestwerk weer huiswaarts.

Michel van der Aa is zelf de eerste om zijn succes te relativeren. ‘Natuurlijk is het leuk om zulke lovende recensies te lezen, maar het is allemaal zo relatief. Even ben je hip en wil iedereen stuk van je hebben. Dan is het weer afgelopen.’ Toch zullen er weinig componisten zijn die al op hun eenendertigste toe zijn aan een sabbatical. Hij benutte deze tijd onder andere door een opleiding aan de New York Film Academie te volgen.

De vruchten daarvan zijn in het muziektheaterstuk One. Michel van der Aa heeft zelf de video gemaakt voor deze kleinschalige productie rond één zangeres – Barbara Hannigan – waarbij hij ook tekst, muziek en regie voor zijn rekening neemt. Het gebruik van video is een volgende stap in een manier van componeren die in essentie theatraal gedacht is.

Of het nu gaat om de beweging van een cellist die zijn streek eindigt in een freeze of een compositie als Here [in circles] waarin de sopraan is uitgerust met een ouderwets taperecordertje (waarmee ze zichzelf en het orkest opneemt) en wanhopig probeert terug te spoelen naar een cruciaal punt – in de ideeën van Michel van der Aa zijn muziek en beeld onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Zijn stukken ontstaan dan ook eigenlijk nooit vanuit een muzikaal gegeven, vertelt hij. ‘Een idee voor een nieuw stuk krijg ik meestal onder de douche of tijdens het tandenpoetsen. En vaak is het niet in één zin uit te leggen. Het is een gevoel, een gebaar, een richting waarin je zo’n stuk wilt laten gaan. Bij Here [to be found] zag ik een groot orkest voor me en een sopraan. De kwetsbaarheid van die sopraan tegenover zo’n tamelijk log apparaat. Onmiddellijk wist ik dat het stuk over die relatie moest gaan: over de synchroniteit tussen die twee werelden die – ook akoestisch – zo totaal verschillend zijn.

Op dat moment heb ik nog geen enkele klank gehoord. Vervolgens ga ik allerlei tekeningen maken. Bijvoorbeeld een tijds-as waarop ik verschillende momenten markeer: hier gebeurt dit en daar komt het dramatisch hoogtepunt. Dan ga ik de tekst schrijven en bedenken wat ik daarmee wil: dit stukje ga ik drie keer herhalen met letterlijk dezelfde melodie maar steeds in een andere omgeving. Dan moet die omgeving langzaam gaan verschuiven. Dan wil ik ‘terugspoelgeluiden’, zoals in Here [in circles] want ik wil dat de sopraan teruggaat in de tijd. Als dat hele schema klaar is, zeg ik tegen mezelf: ‘Okee, wat wordt de eerste noot?’’

Toch is het voor Michel van der Aa geen punt van discussie of hij componist is.

Michel van der Aa - Brekende TakMichel van der Aa, 2001

En alleen al het feit dat hij als kind op doktersvoorschrift muziek moest gaan maken, spreekt boekdelen. ‘Als jongetje van tien had ik zulke vreselijke nachtmerries, dat mijn ouders me naar een kinderpsychiater stuurden. Die adviseerde een instrument te gaan bespelen en vanaf het moment dat ik een gitaar had was er geen vuiltje meer aan de lucht. Muziek is voor mij altijd het vertrekpunt. Ook na die opleiding in New York heb ik niet de illusie dat ik filmregisseur had willen worden en speelfilms maken.’ Waarom kan hij zijn ei dan niet kwijt in louter een partituur?

Van der Aa: ‘Eerst is er het idee en dan moet je kijken hoe je dat kunt vormgeven. Soms lukt dat wel met alleen een orkest, zoals in het geval van See-through dat ik voor het Nederlands Studenten Orkest heb geschreven – hoewel daar weer vier grote zwepen met een sterke visuele werking in zaten. De kwestie is: wat is muziek? Theater en video liggen in mijn beleving heel dicht tegen muziek aan. Ik heb het gevoel dat ik nog steeds muziek maak en geen beeldende kunst. Maar soms kan ik mijn ideeën niet allemaal in klank vatten en moet ik het stuk oprekken naar video, bewegende musici of een soundtrack (tape, J.O.).

De video in One is een verlengde van wat op het podium gebeurt. In die zin ga ik heel spaarzaam met mijn materiaal om. Als ik een compositie voor viool en tape maak, neem ik die viool op om de soundtrack te maken. De geluiden van zo’n instrument gebruik ik nooit letterlijk; ik bewerk ze tot iets wat die violist zelf niet kan: bijvoorbeeld zes octaven hoger getransponeerd. Datzelfde gebeurt in One, dat gaat over een vrouw die zichzelf volledig is kwijt geraakt: de video sluit naadloos aan op de live gebeurtenissen.’ Er komen drie soorten video materiaal in One voor: een verhalend gedeelte met een zeker suspense-gehalte. Dan een aantal interviews met oudere vrouwen die vertellen over de ontmoeting met de hoofdpersoon, Barbara Hannigan. En tenslotte een reeks duetten, waarbij de live-Barbara en de video-Barbara samen zingen. ‘Soms zingen ze in hetzelfde ritme, aan het eind zingen ze helemaal unisono, maar het meest spannend zijn de duetten waarbij ze elkaars tekst en gebaren afmaken. Ze zingen niet gelijktijdig, maar video en werkelijkheid haken exact in elkaar. Soms weet je niet waar wat vandaan komt en dat is ook de bedoeling want de video-Barbara is het alter ego van de live-Barbara. Ze zijn twee helften van dezelfde persoon.’

Een musicus live laten samenspelen met muziek die is vastgelegd op band, is een terugkerend thema in het werk van Michel van der Aa. De tape is niet een middel om sfeer of kleur op te roepen, maar een ‘hard’ contrapunt waar de musicus zich strikt toe moet verhouden. Hij legt uit: ‘Als je een uitvoerder confronteert met muziek die al vastligt, iets rigides, dan krijg je een heel andere soort energie en concentratie dan wanneer iemand zijn eigen timing kan bepalen – ook al zijn het dezelfde noten. De musicus moet op het puntje van zijn stoel zitten om exact op het juiste moment in te vallen. Die energie spreekt me aan. Maar ook de relatie tussen mens en techniek. Ik heb nog nooit een stuk voor band alleen gemaakt. Niet omdat ik die band als iets ‘doods’ zie, maar het is wel een heel onflexibel ding.

In One ga ik weer een stap verder in het zoeken naar synchroniteit, want hier moet ook de visuele informatie in elkaar haken. Er is bijvoorbeeld een duet waarbij de beide Barbara’s achter een tafel zitten. De video-Barbara stopt halverwege een woord en blijft in één positie zitten en de live-Barbara gaat vanuit die positie verder en maakt het woord af. Op den duur grijpt dat steeds sneller in elkaar. Voor Barbara Hannigan is dat absoluut geen sinecure, maar ze kan het wel. Echt spectaculair.’

Qua thematiek is One een optelsom van Here [to be found] en Here [in circles] en Here [enclosed]. ‘De stukken gaan over de relatie tussen een individu en hun omgeving. Het zijn grote onderwerpen die ik op een klein gebiedje uitwerk. Here [to be found] laat de zoektocht naar synchroniteit zien: de poging je aan te passen aan je omgeving. Here [in circles] gaat over iemand die vast zit op één plek en probeert uit te breken. Vandaar dat de sopraan met haar cassetterecorder steeds terugspoelt naar die ene plek.

Dit is de tweede keer dat ik een groepje stukken over één onderwerp maak. Bij de trilogie Above, Attach en Between had ik ook de behoefte aan een groter gebaar. Je kunt tenslotte nooit alles in één stuk zeggen.’

De derde rode draad die in One opduikt is het fenomeen van brekende takken, dat sinds Now [in fragments] uit 1995 het handelsmerk van Michel van der Aa is geworden. ‘Toen woonde ik nog in Den Haag en ben naar de Paleistuin gegaan om het geluid van brekende takken te samplen. Die samples komen in alle daaropvolgende composities terug – al is het soms maar één tak. Het geluid van brekende takken is misschien wel het mooiste wat ik ken. Het heeft niet alleen een attack, maar er gebeurt iets voor en iets na. Een heel vol geluid. Bovendien is ook visueel het doorbreken van een tak uiterst organisch en dramatisch. In One speelt het dan ook de hoofdrol en heb ik voor het eerst nieuwe samples gemaakt. Voor de film heb ik van een hovenier vuilniszakken vol gekregen. Voorlopig kan ik geen tak meer zien.’

Op de vraag welke regisseurs als voorbeeld fungeren, blijft Van der Aa het antwoord schuldig. ‘Ik vind het moeilijk om te zeggen waar dat vandaan komt. David Lynch komt meteen bij mij op. De Armeens-Canadese regisseur Atom Egoyan en Bill Viola natuurlijk. Dat zijn een paar favorieten, maar ik denk niet dat je hen in mijn films terugvindt. Over mijn muziek kan ik dat eigenlijk ook niet zeggen. Ik heb bij Diderik Wagenaar, Louis Andriessen en Gilius van Bergeijk in Den Haag gestudeerd. Aan mijn stukken zitten beslist aspecten van de Haagse School, maar ook weer niet. Daarvoor zijn ze te ludiek en dramatisch. Bovendien zijn de noten ondergeschikt aan een groter, vaak theatraal idee.

Eigenlijk ga ik maar heel weinig naar concerten. Ik haal meer inspiratie uit een theater- of dansvoorstelling, een tentoonstelling of film. Natuurlijk ken ik mijn klassiekers maar ik heb geen metershoge stapel partituren van collega-componisten liggen. Niet dat ik hen niet interessant vind, maar dat is gewoon geen inspiratiebron.’

Ook tijdgebrek speelt een rol. De agenda van Michel van der Aa is voor de komende jaren gevuld met opdrachten. ‘Aan de ene kant is dat fantastisch, aan de andere kant vreselijk benauwend. Maar als er leuke uitnodigingen op je weg komen, is het moeilijk om ‘nee’ te zeggen. En een grote opdracht zoals een opera wordt jaren vooruit gepland. Het liefst wil ik muziektheatrale stukken en concertmuziek afwisselen. Een productie als One kost me ontzettend veel energie. Na de filmopnamen heb ik gezworen dat ik het nooit meer op deze manier doe. Wij hebben in drie dagen gedraaid, waar je eigenlijk twee weken voor nodig zou hebben. Dan maak je een dag van zes uur ’s ochtends tot twee uur ’s nachts en de volgende ochtend om zeven uur weer verder. En omdat ik een ontzettende controlfreak ben, slaap ik gewoon niet meer. Ik doe het mezelf aan. Passie en perfectionisme zijn bij mij onlosmakelijk verbonden.’

Jacqueline Oskamp, Uit het boek ‘Radicaal gewoon’