Genre-overschrijdende opera

‘Zó kan opera de 21e eeuw in’. Dat was nog maar één van de jubelende krantenkoppen na de première in het Hollands festival 2006 van After Life, een grote, multimediale opera van Michel van der Aa. Andere superlatieven uit de pers benadrukten eveneens de kwaliteit, én noviteit van After Life, een werk waarin Van der Aa al zijn talenten had samengebundeld, niet alleen als een baanbrekende jonge componist, maar ook als perfectionistische geluidsman, toegewijde scriptschrijver, onderzoekende filmmaker en bevlogen regisseur. Al deze capaciteiten had hij in de loop der jaren ontwikkeld, met het doel om zijn muzikale zeggingskracht naar believen uit te kunnen breiden. Dat was aanvankelijk begonnen met theatrale elementen in concertstukken als Wake(1997) en Here trilogy (2001-03), en een dialoog met een gefilmde alterego in de kameropera One (2002). Vervolgens kreeg Van der Aa, door de toenmalige opdracht van Pierre Audi voor een audio-visuele opera, de ultieme kans om uit te zoeken tot welke onbekende verten de ingezette koers nog kon reiken. Van der Aa nam een Japanse film als inspiratiebron, en gebruikte de thematiek daaruit over leven en dood als leidraad voor een multimediale, genre-overschrijdende opera, waarin de verhaallijn niet alleen werd verteld door zangers op het podium, maar ook door diezelfde zangers als acteurs in een film, én door geïnterviewde ‘échte mensen’ in een documentaire.

De inhoudelijke boodschap werd zodoende versterkt of uitgediept door een veelzijdige beeldtaal, in een decor van technische, filmische en scènische elementen. En het werkte: Van der Aa’s benadering had geleid tot ‘absorberend muziektheater’, zijn opera werd een ’meesterwerk’ genoemd, een ‘Gesamtkunstwerk’, een ‘aangrijpende opera die de toeschouwer overrompelt’.

Drie jaar later zegt Michel van der Aa: ‘Het was fijn om te merken dat mensen er iets mee konden, het bracht ontroering teweeg, dat vond ik een mooie uitkomst. Maar ook is gebleken dat het technisch allemaal klopte. Techniek moet altijd een middel blijven, het mag niet gaan overheersen. De voorstelling is pas gelukt als het publiek geen moment bij de techniek heeft stil gestaan.’ Het succes van After Life bracht een nieuw verzoek van Audi met zich mee: hij wilde de opera hernemen in het seizoen 2009/10, in Amsterdam, maar ook in Lyon, waar het kleinere podium enige aanpassingen zou vergen. Daar zag Van der Aa niet tegenop, integendeel: ‘After life heeft veel gedaan voor mijn carrière, het is belangrijk gebleken als werk waarin ik voor het eerst een eigengemaakte videofilm, acteurs en zangers samen bracht op het podium. Met dat succes in mijn achterzak beschouw ik het als een luxe om nog eens terug te kunnen kijken.

After Life - Bryna in the field
Helena Rasker, still from video projection

Er waren aanpassingen nodig in het licht, het decor, en daarmee ook in de regie. Het speelvlak wordt smaller, ook in Amsterdam, met een positie dicht op het publiek, om de initimiteit te vergroten. Maar verder heb ik deze kans vooral aangegrepen om ook de muziek nog een keer door te nemen. Daar ben ik al een paar maanden mee bezig, en ik heb al veel meer veranderd dan ik tevoren dacht.’ Hij laat een druk beschreven blaadje zien met een overzicht van scènes en notities. ‘Bijna elke scène poets ik op en scherp ik aan, als ik klaar ben zal ik naar schatting een half uur nieuwe muziek hebben gemaakt, nieuwe noten op oude plekken.’ In 2006 was het misschien wel de enige kritische noot die wel eens klonk: het gebrek aan kleur of diversiteit wellicht, in de muziek. Van der Aa had toen een goede reden om zich dat niet aan te trekken, en die geldt nog steeds: ‘Ik heb er indertijd juist heel bewust voor gekozen om sober te componeren, en spaarzaam om te gaan met harmonisch en melodisch materiaal. Omdat er al zoveel tegelijk gebeurde op het podium, wilde ik niet een te grote aanslag doen op de aandacht van de toeschouwers. Daarom was ik toen heel streng, maar achteraf zie ik dat ik daarin misschien wel een beetje ben doorgeschoten. Nu kan ik het op een afstand opnieuw beoordelen, en heb geconcludeerd dat de muziek beter kan, in de wetenschap dat de voorstelling daardoor niet uit elkaar zal worden getrokken. Dat is wijsheid achteraf, en het is alleen maar fijn dat ik die kan benutten.’
Er is sprake van een gelaagde rolverdeling in de opera: zangers op het podium spelen de rollen van dode zielen in een soort wachtkamer van de hemel, waarbij sommigen van hen fungeren als gids voor de anderen. Op een ander niveau, uit het echte leven gegrepen, zijn mensen te zien die hun persoonlijke verhaal vertellen in een documentaire op een videoscherm. Maar op datzelfde scherm verschijnen ook af en toe de zangers, als de dromen en visioenen van hun karakters worden uitgebeeld. Want: ‘Sommige momenten van de operakarakters zijn geschikter om buiten het decor uit te beelden, in een abstracte werkelijkheid, zoals in de fantasie van een dode. Ik wil niet dat de video behang wordt, het moet een verlenging of verdieping vormen van de figuren op het podium.’ De thematiek verbindt alle lagen, waarbij het draait om de verschillende antwoorden op de vraag: wat was het meest beslissende moment van je leven?

Wie het antwoord weet wordt gefilmd in een gereconstrueerde herinnering, waarbij met eenvoudige middelen veel wordt gesuggereerd: de fantasie doet immers de rest. Het lange en soms moeilijke proces van bewustwording dat aan dat ultieme moment vooraf is gegaan vormt de rode draad in de opera, of eigenlijk: meerdere rode draden, waarbij de verschillende individuele verhalen door elkaar heen lopen. In één geval raken de levenslijnen zelfs verstrengeld, met een onverwachte ontknoping tot gevolg. Uiteindelijk bereiken zowel de fictieve als de echte personen de hemel, al is het in dat laatste geval maar voor even, in een moment van extatisch koesteren.

In de rolverdeling heeft van der Aa een grote verandering aangebracht: ’Er zijn in de nieuwe versie twee zangers minder, want één gids, Killian, en één dode, Mike, zijn uit het verhaal geschrapt. Dat heb ik gedaan om de anderen meer ruimte te geven en daarmee de complexe verhaallijnen nog duidelijker te krijgen. De mensen in de documentaire laten namelijk een enorme indruk achter, waardoor het voor de zangers soms moeilijk is om daar dramaturgisch tegenop te boksen. Daarmee wil ik niet zeggen dat het een gevecht is, het bijt elkaar zeker niet, maar de focus in de opera kan wel beter worden verdeeld tussen de zangers en de mensen in de documentaire.’ Aan de film wordt nauwelijks iets veranderd, er moest alleen een draaidag worden ingepland voor één nieuwe scène met drie in plaats van vier zangers. De vier documentairemensen zijn er nog, Van der Aa herinnert zich nog goed hoe hij ze indertijd had geworven: ‘Ik hield een auditie, en ik heb toenwel dertig verhalen aangehoord, terwijl de filmcamera draaide. Ik moest natuurlijk een keuze maken, en daarbij wilde ik zoveel mogelijk contrasten aanbrengen, tussen generaties, en tussen de soort verhalen, die variëren van een jongetje dat met veel liefde terugdenkt aan zijn gestorven hond, tot een oudere dame die worstelt met een schuldgevoel omdat ze ooit haar thuisland Zuid-Afrika verliet.’

Een zelfde soort diversiteit geldt voor de zes zangersrollen die over zijn gebleven. Van der Aa beaamt dat twijfelaars de voorkeur hadden toen hij samen met de filmregisseur Hirokazu Kore-Eda een keuze maakte uit het oorspronkelijke filmscenario: de onwillige puber Ilana, ‘die wil geen herinnering kiezen, maar er één maken’, de verbitterde oude man Mr. Walter, ‘die vindt dat hij geen enkel bijzonder moment heeft gekend’, en de lieve Bryna, ‘dat is eigenlijk de normaalste, zij koestert een herinnering aan haar vader. Dat verhaal kwam overigens van één van de auditanten.’ Maar de echte aartstwijfelaars zijn de gidsen, Sarah en Aiden, die door de Chief kordaat bij de les gehouden worden: zolang zij niet kunnen of willen kiezen leiden zij ánderen naar hun mooiste herinnering.

Van der Aa verheugt zich op een nieuwe periode van repetities en voorstellingen. ‘Ik kijk heel erg uit naar de hereniging van de zangersclub, het was een heel leuk team, we hebben tussentijds nog veel contact gehouden.Wel is het verschrikkelijk jammer dat er twee zangers niet meer terugkeren, omdat hun rol in de nieuwe versie niet meer voorkomt. Maar daar staat tegenover dat er nu meer tijd is voor de aria’s van de anderen.’ Bij de herneming zal opnieuw gerepeteerd moeten worden, met de componist zelf als regisseur, én bewaker van alle technische processen: tijdens de eerste voorstellingsreeks was al gebleken dat Van der Aa het niet extra moeilijk vindt om al deze taken tegelijkertijd uit te oefenen. ‘De reden dat ik niet gek word is juist dat ik alles zelf bedacht heb. Als ik alleen de muziek gemaakt zou hebben, zouden er op alle andere fronten telkens compromissen moeten worden gesloten. Maar omdat ik zelf alles in de hand heb, heb ik dat soort keuzes al in een veel eerder stadium gemaakt, al tijdens het componeren heb ik alle overgangen tussen scènes, of van scènes naar filmbeelden, op elkaar afgestemd. Dat moet wel, omdat er zoveel gebeurt; ik móet tijdens het componeren al praktisch denken.’

After Life - 3 Mr WaltersRichard Suart with alter egos

Toch zal hij de nieuwe repetieperiode anders ervaren: ‘Dat gaat de tweede keer waarschijnlijk wel gemakkelijker. In de personenregie heb ik nu meer tijd om nóg dieper op de karakters in te gaan. En de momenten waarop tijdens de eerste voorstellingsreeks vliegwerk nodig bleek te zijn heb ik nu kunnen verbeteren. Het is een heel prettig vertrekpunt om alles klaar te hebben, we weten nu precies hoe lang het duurt om iets van de loopband te pakken, of iets over een rand heen te tillen, dat moesten we toen nog allemaal uitzoeken. Dat zal straks soepeler gaan, ik denk dat het daardoor rustiger wordt.’

Zelfs een veelzijdige componist/filmmaker/regisseur als Michel van der Aa maakt een multimediale opera niet alleen. Neem het decor, waarin stapels oude meubels het beeld bepalen, en aan de toeschouwers voorbij trekken, als levens vol bagage, uitgestald op een lopende band. De videoschermen waarop de filmbeelden worden vertoond werken soms plotseling als een venster waar de meubelstukken doorheen te zien zijn. ‘Ik heb indertijd natuurlijk intensief samengewerkt met Dries Verhoeven, die het decor heeft ontworpen. De vraag was hoe we de videoschermen fysiek konden integreren in het podiumbeeld. De lopende band en de schermen als een vergrootglas daaroverheen was een idee van hem.

Maar ook Klaus Bertisch, de dramaturg van de Nederlandse Opera, heeft met me meegedacht, over het kiezen van de documentairemensen bijvoorbeeld. Daarbij hield hij de verhaallijnen in de gaten. Maar hij hielp me ook om als regisseur scherp te blijven. Mensen als Klaus en Dries zijn heel belangrijk, ze fungeren als een spiegel, waaraan ik mijn ideeën kan toetsen. Zij dwingen mij weer even afstand te nemen, en er anders naar te kijken.’ En natuurlijk had hij After Life nooit kunnen maken zonder opdrachtgever Pierre Audi: ’Het klinkt raar, maar ik heb het als een enorme steun ervaren dat hij er pas op de generale bij is geweest. Begrijp me niet verkeerd, dat was geen desinteresse, daaruit sprak zijn vertrouwen. Hij gaf me alle vrijheid, dat is heel bijzonder op zo’n prominente plek als het Muziektheater.’

In het Barbican in Londen wordt de opera in mei 2010 voor het eerst semi-scènisch uitgevoerd. ’Daar heb ik weer een aparte regie voor gemaakt. Het eerste dat ik weg laat zijn de decors, de lopende band en de bewegende schermen. Vervolgens verplaats ik een deel van het decor naar de film, waarvoor ik nieuwe shots gebruik van meubels en andere rekwisieten. Ik ben overstag gegaan voor een semi-scènische versie omdat er veel interesse bestaat voor een dergelijke tussenvorm, een complete produktie is nu eenmaal veel duurder.’ Wordt de oerversie van After Life overbodig? ‘Ja! De partituur wordt vervangen, dat is logisch met een kleinere zangersbezetting. En ook al zegt men altijd: Don’t change a winning team, of: Don’t fix it if it isn’t broken, ik heb deze unieke kans om verfijningen aan te brengen niet willen missen. Ook omdat ik als componist alweer enkele jaren verder ben, en in de tussentijd dingen heb bijgeleerd. Maar de herziene versie wordt echt geen totaal andere opera. Het gaat om chirurgische ingrepen, voortkomend uit perfectionisme.’

Is Van der Aa niet bang voor technische defecten, of zieke zangers? ‘O ja! In theorie hoeft er maar één computer te crashen om een lawine van problemen te veroorzaken, dan gaat meteen alles mis.

After Life - stage overview
Overview of the stage

Dat is één keer gebeurd, tijdens een repetitie. Maar gelukkig is het sindsdien altijd goed gegaan. De zangerscast is zeker kwetsbaar: iedereen moet er zijn, niemand kan ziek worden, want dan matchen de personages op het podium niet meer met de figuren in de filmbeelden. Alle uitvoeringen in Amsterdam vinden ook nog eens in één week plaats, dat maakt de druk extra groot.’ Tijdens het Holland Festival 2006 hingen overal posters in de stad met de vraag: Wat was het meest beslissende moment in je leven? En er was een website, waarop iedereen die maar wilde die vraag persoonlijk kon beantwoorden. Er ontstond een ware ‘hype’ rond After Life. ‘Dat was een hele mooie en effectieve publiciteitscampagne van DNO indertijd. Ik kan alleen maar hopen hoop dat we ook dit keer veel mensen kunnen interesseren om naar de voorstelling te komen, of die nogmaals willen komen kijken, en programmeurs en intendanten… want ik heb ook alweer plannen voor een nieuwe opera, in het voorjaar van 2012! Ik heb al een onderwerp, en een librettist, maar het is te vroeg om daar al meer over te vertellen.’

Wat het vast zal worden: een mooi humanistisch onderwerp, want dat is waar Van der Aa’s voorliefde ligt, grote thema’s aanboren, in muziektheater- én concertstukken.

In dezelfde periode dat After Life wordt hernomen worden elders in Amsterdam ook nog Spaces of Blank (over collectieve angst) en een semi-scènische versie van zijn nieuwste muziektheaterstuk The Book of Disquiet (een kijkje in de ziel van Pessoa) uitgevoerd. Het zijn andere uitingen van dezelfde componist, bij wie het er vooral om gaat of de inhoud overkomt, en iets teweeg brengt bij het publiek. En dat geldt zeker ook voor After Life. Bij Van der Aa spelen daarom geen zorgen over mogelijke vergelijkingen tussen de versies: ‘Dat mag van mij’. Bij hem overheerst het goede gevoel van de eerste voorstellingsreeks: ‘After Life trok een breed publiek, het sprak verschillende mensen aan, en daar was ik heel blij mee. Het grappige is dat ik van veel mensen hoorde dat ze zich achteraf niet meer konden herinneren wanneer de zangers nu in de film, of op het podium optraden. Dat vind ik een groot compliment, die versmelting heeft blijkbaar dus plaats gevonden.’

— Myrthe van Dijk, September 2009, Odeon